Geschiedenis van Kampen
Uit de nevelen van de geschiedenis doemt
Kampen op in
een oorkonde van 1227 waarin de Utrechtse bisschop Otto
II aan de Kanunniken van Zutphen het visrecht afstaat
bij Kampen. Verder komt de naam ‘Kampen’ ook voor in een
akte uit 1236 waarin dit maal bisschop Otto III van
Utrecht een overeenkomst bevestigt tussen de pastoor van
Kampen, Ismahel, en zijn parochianen. Uit die akte
blijkt dat de pastoor Ismahel in Kampen al voorgangers
heeft gehad. Er bestond toen al een fors Romaans
kerkgebouw opgebouwd van tufsteen.

Het graf van graaf Otto II van Gelre op het
terrein van Klooster Graefenthal |
In de apocriefe “Kroniek van Vloet” wordt overigens
vermeld dat Kampen in de 12e eeuw zou zijn ontstaan
vanuit een vesting van Friezen die hun eigen door
voortdurende wateroverlast bedreigd woongebied, waren
ontvlucht. Deze zouden hun nieuwe nederzetting, vlak bij
Brunnepe gelegen, hebben bevochten op de bewoners van
Wilsum, IJsselmuiden en GrafhorstBovendien zouden zij
dat gebied rond de huidige Bovenkerk -tussen Oorgat en
Geerstraat- in 1194 met een wal en een gracht hebben
omgeven. Ook zou volgens deze Kroniek de Romaanse Sint
Nicolaas of Bovenkerk in 1214 zijn voltooid en zou
Kampen in 1228 stadsrechten hebben verkregen. Hoewel
over een en ander geen volledige zekerheid bestaat, kan
men in gemoede aannemen dat rondom de 10e eeuw de eerste
bewoners op het later genoemde Kamper grondgebied zijn
gearriveerd.
Overigens heeft Kampen een zeer boeiende geschiedenis.
In de 13e eeuw ontwikkelt Kampen zich tot een bloeiende
handelsstad en wordt Kampen lid van het Hanzeverbond. De
stad breidde zich geleidelijk uit. Uiteindelijk werd de
stad ommuurd en van wel 20 stadspoorten voorzien. Ook
werd de oorspronkelijke stadsgracht verlegd. Kampen had
een eigen vloot die in het kader van de Hanze, een
koopliedenverbond van voornamelijk Noordduitse
kooplieden, contacten onderhield tussen de diverse
Hanzesteden en gebieden in Rusland (Novgorod) en Zweden
(Fiborg). Men noemde degenen die deze tochten ondernamen
wel de “Ommelandvaarders” of “Skonevaarders”. Kampen was
toen de belangrijkste handelsstad van de Nederlanden.
Niet onvermeld mag echter blijven dat Kampen aan het
eind van de 15e eeuw een belangrijke rol speelde in de
reformatie van de katholieke kerk in de Nederlanden in
het algemeen en van haar plaatselijke kerken in het
bijzonder.
In
de 16e eeuw kwam er een einde aan de bloei en nam de
welvaart dramatisch af. De toegang naar de haven van
Kampen verzandde meer en meer, waardoor de steeds groter
wordende schepen Kampen niet meer over zee konden
bereiken.
In de 17e eeuw ontstond er wel een
linnenindustrie. Het Linnenweversgilde nam
een belangrijke plaats in. In de 18e en 19e
eeuw ontwikkelde zich een middenstand die
zich bezighield met de detailhandel in
koffie, thee, tabak en koloniale waren. Zo
ontstond er in Kampen ook een uitgebreide
sigarenindustrie. In deze tak van industrie
was uiteindelijk 50% van de Kamper
beroepsbevolking werkzaam. Na de tweede
wereldoorlog is deze industrie echter geheel
in het slop gekomen en uiteindelijk bijna
geheel verdwenen. Er is nu nog één
tabaksfabriek productief in Kampen en dat is:
“De Olifant”. Daarnaast had Kampen ook veel
inkomsten de pachtopbrengst van het
zogenaamde “ Kampereiland”. Dit gebied
ontstaan door aanwas viel Kampen toe -op
grond van een overeenkomst tussen haar en de
bisschop van Utrecht- waarbij was bepaald
dat Kampen het recht van aanwas verkreeg.
In 2005 heeft Kampen zijn 650 jarig bestaan gevierd.
Het verleden leeft echter nog steeds voort in de
zorgvuldig behoede monumenten die nog aan Kampens
bloeitijd herinneren: de prachtig, geheel gerestaureerde
Bovenkerk, het Raadhuis met de 16e eeuwse-Schepenzaal (nu
Stedelijk Museum), de drie stadspoorten; talrijke
pittoreske straten en steegjes. Aan de overkant van de
IJssel ligt bovendien nog ongerept het Kampereiland met
de op terpen gebouwde boerderijen van waaruit men een
uniek uitzicht heeft op het rivierfront van Kampen.
Bronnen: Geschiedenis van
Kampen, deel 1, ISBN 90-6697-065-0
Geschiedenis van Kampen, deel 2, ISBN
90-6697-130-4
Kampen vroeger en nu, ISBN 90-228-3112-4
|
|